Eefje verbleef tussen 2002 en 2006 met grote regelmaat in Iran. September 2007 kwam haar boek 'Stiekem kan hier alles' uit bij Uitgeverij Podium, een persoonlijk journalistiek verslag van haar bevindingen. Het boek werd genomineerd voor de VPRO Bob den Uylprijs 2008 en voor de M.J. Brusseprijs 2008. Inmiddels ligt de derde druk in de winkel en is het ook als E-book te koop.
Lees hier de proloog en het eerste hoofdstuk:
19 september 2007 was Eefje Blankevoort te gast bij Kunststof radio om te praten over haar boek Stiekem kan hier alles.
F. Springer noemt ´Stiekem kan hier alles´ in Vrij Nederland als een van zijn ultieme boeken van 2007
25 september 2007 was Eefje te gast bij Pauw & Witteman om te praten over Iran en haar boek Stiekem kan hier alles.
20 september 2007 was Eefje Blankevoort te gast bij Desmet Live om over haar boek Stiekem kan hier alles te vertellen.
Interview in Red magazine over Stiekem kan hier alles
Interview in Flair.
Aankondiging in VPRO magazine van de shortlist voor de Bob den Uylprijs
Interview in Babel.
Column van Jan Blokker over o.a. Iran waarin hij ook Stiekem kan hier alles noemt.
'Ik las toevallig net het spannende journalistieke verslag van de lesbische historica Eefje Blankevoort, die sinds 2003 veel bij de Iraniërs van Ahmadinejad over de vloer komt, en die in Stiekem kan hier alles als het ware opgelucht onthult hoe jonge generaties in dat benarde moslimland kans zien om op het gebied van seks, drank, huwelijksontrouw, internet en afvalligheid alles te doen wat Allah heeft verboden.'
29 september 2007 was Eefje te gast bij Tros Nieuwsshow om te praten over Stiekem kan hier alles.
Interview in Metro
Woensdag 9 april 2008 was Eefje, naar aanleiding van de nominatie voor de Bob den Uylprijs, te gast bij de Avonden.
In de nacht van 25 op 26 april 2008 was Eefje te gast bij Klaas Drupsteen in het NCRV programma Casa Luna.
Recensie in dagblad de Pers.
Recensie in het magazine van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Recensie in Zemzem, tijdschrift over het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Islam.
De twee zielen
van Iran
Eefje Blankevoort
Stiekem kan hier alles. Iran
Amsterdam: Podium, 384 pag., € 16,–
Op een dag zoeft Eefje Blankevoort met woest wapperende hoofddoek achter een vriendin aan de berg af. Het is jaren geleden dat ze op ski’s stond en ze kan haar vriendin nauwelijks bijhouden. Hijgend komt ze aan bij de stoeltjeslift. En dan schrijft ze: ‘Even is het net alsof we weer in Iran zijn; de rij voor de lift is gescheiden, mannen links, vrouwen rechts. Maar echt goed is er niet over nagedacht want op die manier komen mannen en vrouwen juist naast elkaar in het stoeltje te zitten. En zo gaan verliefde stelletjes in elkaar verstrengeld naar boven. Shirin gebaart een jonge snowboarder dat hij moet wachten en trekt me ruw naast zich het stoeltje in. Waarom gelden er hier andere regels? vraag ik Shirin als we met flinke vaart de lucht in gaan. “De ayatollahs kunnen niet skiën,” antwoordt ze glimlachend.’
Deze passage is een van de talloze humoristische scènes uit Stiekem kan hier alles. Humoristisch en treffend. Historica en journaliste Eefje Blankevoort slaagt er regelmatig in iemand die nog nooit in Iran is geweest niet alleen te laten grijnzen, maar ook middels korte dialogen, die zich in de gekste situaties ontspinnen, invoelbaar te maken dat Iran een land is met twee zielen.
Toen Blankevoort Iran voor het eerst bezocht, dacht ze een eng land aan te treffen waar wellicht leuke, weldenkende mensen zouden wonen maar vooral antiwesterse godsdienstfanatici. Haar hoofd zat vol clichébeelden. Toen een Iraanse student, op bezoek in Amsterdam in het kader van een studentenuitwisseling, zijn land omschreef als een lichaam met twee zielen, wilde ze weten wat hij daarmee bedoelde. Ze wilde zo snel mogelijk voor een tweede keer naar Iran. Ze besloot voor haar scriptie geschiedenis onderzoek te doen naar de visuele propaganda die tijdens de Iran-Irakoorlog werd gemaakt. En ze bleef het land bezoeken, omdat: ‘als je eenmaal het water in Iran hebt gedronken, blijf je terugkomen.’ Dus woonde ze de afgelopen vier jaar meerdere periodes in Teheran.
In het vuistdikke Stiekem kan hier alles gaat Blankevoort op zoek naar Iraniërs met wie ze op één golflengte zit. En die heeft ze gevonden. Maar ze laat de lezer ook kennismaken met wel zeer uiteenlopende types. Zo is er haar vriend Mostafa die met heel zijn hart nog van Khomeini houdt maar absoluut een voorstander is van scheiding tussen moskee en staat, want volgens Mostafa is zijn geloof gecorrumpeerd door de politiek. Op het huwelijksfeest van een andere vriend, afkomstig uit een zeer conservatieve familie, raakt ze aan de praat met zijn aangetrouwde nichtje ‘Paris Hilton’. De jonge meid, met neuscorrectie en botox-behandeling, praat zoals veel van haar leeftijdgenoten van het vrouwelijke geslacht een octaaf hoger, omdat dat mannen zou opwinden. Terwijl tegenover haar zwaar gesluierde tantes staan te keuvelen, laat ‘Hilton’ schaamteloos haar mobiele telefoon zien vol hardcore porno. Stoute filmpjes downloaden lijkt bijna een nationale sport. Kortom, het Iraanse regime kan niet alles tegenhouden, is de boodschap van Blankevoort. Het is maar tot een bepaalde hoogte in staat om het leven zoals velen dat willen leiden in te perken. Satelliet-tv is officieel verboden, maar je ziet overal schotels. Maar neem internet: als je het woord woman googled krijg je access denied, om onzedelijke sites te filteren. De universiteiten van Sussex en Virginia zijn op een pc in Iran niet te vinden.
Wat vooral opvalt zijn de talloze grappen waarmee Iraniërs het leven proberen te relativeren. De volgende twee zijn zeer flauw: ‘Peykan is een waar begrip in Iran. Er circuleren talloze grappen over het koekblik, vergelijkbaar met onze Lada-moppen. Waarom hebben Peykans verwarmde achterruiten? Om je handen te verwarmen tijdens het duwen.’ Of: Hoe noem je Peykan-passagiers? Schokdempers.’ Maar neem de mop die haar wordt verteld door oorlogsinvalide Akbar, gezeten in een rolstoel, die zij ontmoet in een martelarenmuseum. ‘Loopt een vrome vrouw in chador over straat. Plotseling merkt ze op dat ze gevolgd wordt door een piemel.’ Akbar gniffelt. ‘Een blote piemel op straat in Iran?! denkt ze geschokt en ze zet het op een lopen. De piemel zet de achtervolging in De vrouw rent harder en harder om de piemel af te schudden. Uitgeput duikt ze een winkeltje in. Ontzet over zulk onzedelijk vertoon beklaagt ze zich bij de winkelier: ‘’Beste mijnheer, ik word gevolgd door een blote piemel! Een blote piemel op straat in de Islamitische Republiek Iran, dat is toch ongehoord?! Belt u alstublieft de politie.” De winkelier schudt afkeurend zijn hoofd: “Tsj, tsj, tsj, mevrouw, toont u wat meer respect! Dat is een 99-procent-martelaar.”’ Pure regimekritiek. Voor wie er niet om kan lachen: in Iran wordt martelaarschap daadwerkelijk in percentages uitgedrukt. Dus schrijft Blankevoort: ‘Akbar mist zijn rechterbeen. Hij is 20 procent martelaar. ‘’Maar mijn been is tenminste in de hemel”.’
Nu is de goedgekozen titel van het boek Stiekem kan hier alles en zelf betrapte Blankevoort zich ook steeds vaker op kleine leugentjes: over haar leeftijd, huwelijkse staat, de reden voor haar verblijf in Iran. Ze ging dus mee in die cultuur van stiekem doen. Dat levert aandoenlijke, grappige maar ook pijnlijke momenten op. Observaties die ervoor zorgen dat je blijft lezen, ook al is het boek aan de dikke kant, maar ook pijnlijke situaties zoals wanneer ze haar eigen vrienden niet vertrouwt nadat ze door de gids van het martelarenmuseum van spionage is beschuldigd.
Tijdens een bezoek aan een restaurant, vraagt haar vriendin Neda of ze mee gaat naar de wc. Snel een sigaret roken, want haar vrienden mogen echt niet weten dat ze rookt. ‘Vrouwen roken niet, dat is slecht’, zegt Neda. Wanneer later in het boek Neda vertelt dat ze wel eens een film heeft gezien waarin twee vrouwen elkaar zoenden, trekt de Iraanse daarbij een gezicht alsof, en dat is prachtig gevonden door Blankevoort, ‘ze een kakkerklak ziet lopen’. Ze moet op dat moment even slikken, staart uit het raam en vraagt zich af of Neda kan zien dat ze zich ongemakkelijk voelt. Ook al voel je aan dat Neda aan het eind van het boek schouderophalend zal reageren met de woorden ‘natuurlijk vind ik het raar, maar we zijn toch vrienden’, Blankevoort slaagt erin duidelijk te maken hoe het is om niet jezelf te kunnen zijn in Iran.
Volgens Blankevoort lijkt God in Iran voor de meeste jongeren net zo dood als in Europa. Als mensen wel geloven is dat meestal een privé-aangelegenheid, want slechts een minderheid gaat nog naar de moskee. Maar als ze na een periode in Iran hartje zomer op een Amsterdams terras zit, voelt ze zich ongemakkelijk zonder bedekkende kleding met al die flinterdunne zomerjurkjes en billboards met halfnaakte vrouwen om zich heen. Ze schrijft dat ze hiervan schrok, maar geeft niet aan hoe ze door haar verblijf in Iran anders tegen religie is aan gaan kijken. Dat is een gemis, ook al omdat ze zelf uit een atheïstisch nest komt.
Vriendin Neda gelooft niet dat het nog goed komt met Iran en verhuist aan het eind van het boek naar Canada. Volgens haar is de hervormingsbeweging dood en hebben de conservatieven dus gewonnen. Blankevoort heeft gemengde gevoelens over haar beslissing, want het land is juist gebaat bij sterke vrouwen als Neda. Wellicht verkeert ze soms teveel in haar hoofd bij de skipiste.
Interview met Eefje in de Volkskrant
Recensie in NRC door Michiel Leezenberg.
"Stiekem kan hier alles" stond op de shortlist van de M.J. Brusseprijs 2008, de prijs voor het beste journalistieke boek van 2006/2007.
"Stiekem kan hier alles" stond op de shortlist van de M.J. Brusseprijs 2008, de prijs voor het beste journalistieke boek van 2006/2007. De jury bestond uit Lieve Joris, Emile Fallaux en Hans Maarten van den Brink. Deze prijs werd uiteindelijk gewonnen door Pascal Verbeken met het boek Arm Wallonië.
Uit het Juryrapport van de M.J. Brusseprijs: 'Blankevoort reist met open vizier, maakt makkelijk vrienden en heeft bovendien gevoel voor humor. Ze is een talent. We gaan ongetwijfeld nog meer van haar horen.'